Ik kan zeggen: ik heb hem/haar gezien

Ruud Spaargaren is fotograaf. Hij is voor zijn fotoprojecten altijd geboeid geweest door mensen die niet direct gezien worden. Zo maakte hij een project met eerste generatie Turkse vrouwen. En de afgelopen vier jaar fotografeerde hij dak- en thuislozen in Utrecht. Op dit moment is de fototentoonstelling “Het ogenblik” van Ruud te zien in het Utrechtse Zocherpark.

“Ik denk niet dat ik de wereld hiermee verander, maar wel dat mensen anders naar dak- en thuislozen kijken. Dat mensen denken: hé, dat zijn gewoon onze stadgenoten. Het zijn mensen. Ik heb de geportretteerden in close up gefotografeerd, ontdaan van alle rommel erom heen, het bekende beeld van de Albert Heijn-tassen, of vragen om geld. De foto’s zorgen ervoor dat de mensen die ik fotografeer, zich gezien voelen. Veel van hen zijn de schroom voorbij, maar voor familie is het soms moeilijk om ze zo te zien. En daarnaast kan het een troost zijn. Zoals voor de ouders van Harco, die twee jaar geleden overleed.

Foto’s maken is ook een manier om in gesprek te komen, om verhalen te los te maken. Velen kunnen heel goed hun verhaal vertellen.

Ik denk soms: wat is dat koordje van het leven toch wiebelig, je kan zo omvallen. Ondanks een goeie baan kun je door bijvoorbeeld een verslaving of schulden dakloos worden. Zo ken ik een accountant die op straat belandde.

Wat mooi is, is om te zien dat mensen er weer uit kunnen komen. Zo heb ik Fred gefotografeerd, die woont momenteel begeleid en is elf weken clean. Hij liet een appje van zijn moeder zien die zei: “Ik word weer helemaal trots op je.” Met grote trots laat hij mij elke week de bloedwaardes zien: al zoveel weken clean. Fred is ook trots op zijn foto. Waar ik bij stond, liet hij de uitnodiging voor de opening van de tentoonstelling aan zijn begeleidster zien. Als een foto dat teweeg kan brengen dan word ik blij. Fred denkt er nu over om vrijwilligerswerk te doen, want hij wil graag iets voor anderen betekenen.

Fred zegt: ik moet het zelf doen. Maar ik kan zeggen; ik heb hem gezien. En ik ben contact met hem blijven houden, ondanks dat ik hem een jaar kwijt was. Ik heb, denk ik, toch wat voor hem betekend.

Een leven lang leren: “Leren is voor deze mensen niet leren op school voor een diploma, maar straatleren. Constant leren mensen te bejegenen, anderen leren vertrouwen. Maar ook leren hun verhaal te vertellen. Willem, een van de geportretteerden doet dat graag. Hij pakt met plezier zijn podium.

Deze mensen leren dus op een andere manier. Maar ik leer er ook van. Ik weet dat je geen vooroordelen moet hebben, maar ik leer dat ik nóg wat minder hoef te oordelen over mensen.

Kansenongelijkheid: “Voor een aantal mensen is het lastig om zich uit een situatie te ontworstelen. Als je als kind je vader met een drankverslaving meemaakt, kom daar maar eens van los. Maar denk aan de eerder genoemde accountant: dat was een kind uit een Christelijk kruideniersgezin, hij had alle kansen. Maar: als je eenmaal dakloos bent, dan is het een hele grote kunst om daar weer uit te komen. Kansenongelijkheid vind ik daarom een lastige. Dat hoeft niet aan het begin van je leven te zijn, het kan ook halverwege je leven gebeuren.

Talent
Op een van de foto’s zien we Sandra. Zij toont haar talent met het verkopen van de kaarten van de foto van haar en haar gedicht. Vrouwen komen minder snel op straat terecht dan mannen, zij hebben vaak meer kansen om onderdak te krijgen bij vrienden of familie.

Of neem “de Djembé-man”, zoals ik hem noem: die heeft een enorm talent om djembé te spelen. Maar als je dat in Utrecht op straat wil doen, moet je wel een papiertje bij je hebben dat je dat mag, en dat heeft hij niet. Hij kan zijn talent op straat niet kwijt, terwijl hij bij de opening van de fototentoonstelling de hele zaal op zijn kop zette, de energie spatte eraf.

Ik gun deze mensen dat ze dat hun talentje – waarvan ik geloof dat iedereen dat heeft – mogen laten zien.”