Abdi(49) vertelt over zijn tijd op straat.

Ik ben heel arm geweest. Ik was 28 jaar lang dakloos, het langst van iedereen uit Utrecht. Iedereen zei tegen mij dat ik van de straat af moest, maar ik vond het buiten fijn. Ik sliep bij een sleep-in en ik kreeg 1200 euro per maand daklozengeld. Ik kocht elke dag een fles whisky en ging in het park zitten. Daar kreeg ik bezoek en het was gezellig. Er waren in die tijd veel mensen dakloos. We bouwden soms tenten in het bos om daar te slapen en dan werden we in de ochtend rustig wakker. Er was een plek waar we konden douchen en waar we schone kleding en schoenen kregen. Ik wilde nog een paar jaar buiten genieten, maar het mocht niet meer. Ik moest binnen wonen, anders werd mijn uitkering gestopt.

Ik heb eerst begeleid gewoond, maar toen had ik niet genoeg vrijheid. Ik moest het zelfs aangeven als mijn vriendin bij mij kwam slapen. Ik heb vijf jaar bij de reclassering gezeten. Ik heb geluisterd, ik ben alle afspraken nagekomen en ik ben clean geworden. Ik was bang voor mijn gezondheid, omdat ik zoveel dronk. Ik ging naar een speciale dokter die mijn hart controleerde en gelukkig was alles goed. Ik stopte met drinken en vermeed sociale situaties. Want in dat soort situaties drink je snel alcohol en daar moest ik voor oppassen.

Na een paar jaar kon ik zelfstandig wonen met behulp van de Tussenvoorziening. Ik woon nu ongeveer vier jaar in mijn eigen huis, met vijf slaapkamers. Er is genoeg ruimte voor bezoek en ik heb zelfs een logeerkamer. Ik kom nu niks te kort. Ik heb genoeg geld om te leven, dus ik kom bij Wij 3.0 om mijzelf bezig te houden. Voor een dag werken, krijg ik 10 euro.

Ik heb een goed hart en dat maakt mij rijk. Ik zou graag andere mensen helpen, maar daar heb ik helaas niet genoeg geld voor. Ik wens dat ik het geld zou hebben om dat te kunnen doen.