Asito is een schoonmaakbedrijf met vestigingen in heel Nederland, ook in Utrecht. Veel van hun werknemers hebben weinig scholing gehad, of zijn van niet-Nederlandse komaf en beheersen de Nederlandse taal niet goed. Er zijn meer dan 100 nationaliteiten werkzaam bij Asito. Het bedrijf maakt daarom werk van taalvaardigheid en opleiden van medewerkers.

Ida van Nierop is taaladviseur binnen het bedrijf. Zij zag 15 jaar geleden dat medewerkers hun werk beter zouden doen als ze beter Nederlands spraken. Ze maakte een plan om de taalvaardigheid binnen Asito te verbeteren.

Binnen de schoonmaakbranche ziet men de problemen waar schoonmakers tegenaan lopen: je kunt niet zomaar beginnen met schoonmaken. Er zijn regels voor het gebruik van doekjes bijvoorbeeld. De doekjes voor de wc’s gebruik je niet voor de bureaus. Om dat te leren, is het handig om Nederlands te spreken. Daarvoor laat Asito medewerkers de taalmeter invullen, om het niveau te bepalen.

Asito werkt bewust met examens. De mensen die voor het bedrijf werken, hebben vaak weinig opleiding. Een examen met het daarbij behorende diploma maakt medewerkers trots. Maar er gaat nog een vraag aan vooraf: wat heb je nodig om dat examen te kunnen doen? Juist: je moet Nederlands kunnen lezen en schrijven.

Daarom vindt de schoonmaakbranche het belangrijk dat iedereen die wil, Nederlands kan leren “in de baas zijn tijd”, 2 uur per week en dan ook minimaal 60 uur. Zodat je een stevige basis leert en een examen kunt afleggen.

Sommige examens zijn geen kattenpis. Denk bijvoorbeeld aan de examens voor mensen die in de petrochemische industrie of op stations en perrons schoonmaken. Daarvoor moet je een moeilijk diploma over veiligheid halen.

Nederlands leren is dus geen doel op zich, maar een middel. Een middel om uiteindelijk examens te af te leggen zodat jij je werk goed kunt doen.  Daarbij gaat Asito uit van de methode van Marjan de Goede: Ik wil dat leren. Die methode gaat uit van het doel: wat wil jij leren en wat heb jij daarvoor nodig? Daarin worden verschillende doelgroepen vastgesteld, want niet elke laaggeletterde is, wil of kan hetzelfde.

In het plan van Ida werkt Asito samen met bibliotheken en met Stichting Lezen en Schrijven. Ze werken met taalmaatjes: mensen die de medewerkers begeleiden bij het leren van de taal. In Amsterdam zijn aan het VUMC Asito-medewerkers bijvoorbeeld gekoppeld aan studenten die een maatschappelijke stage doen.

Ook heeft Asito taalambassadeurs: mensen die zelf dit taaltraject doorlopen hebben en hun verhaal vertellen. Dat doen ze aan mensen die moeite hebben met de Nederlandse taal, om ze te motiveren. Maar ze adviseren ook overheid en organisaties over hoe die laaggeletterden kunnen bereiken.

Kijk voor het verhaal van taalambassadeur Semsa (zie foto) op de site van Asito.