Ik ben als kind opgegroeid in armoede. Mijn ouders waren gescheiden, ik groeide met een broer op bij mijn moeder. Zij heeft ons liefdevol opgevoed en gesteund, maar als kind vond ik het toch moeilijk. Mijn moeder deed haar best om alles draaiende te houden, hoeveel moeite het haar ook kostte.

Ik kreeg van school een paar stempels: dyslexie en ADD. Ik kon daar niet goed meekomen en moest naar speciaal onderwijs. Er werd totaal niet gekeken naar de thuissituatie, daar kan ik nu wel boos om worden. Van die dyslexie is nu niets meer te merken.

Als middelbare school was vmbo en daarna mbo volgens de docenten het hoogst haalbare. School was een worsteling voor mij. Opgroeien in armoede zorgt voor stress; geen zin om naar school te gaan, zonder eten naar school, veel ziek. De school deed daar verder niets aan, naar de thuissituatie werd niet gekeken. Na het vmbo ging ik mbo-2 doen, detailhandel, iets wat eigenlijk totaal niet mijn interesse had. Ik wilde zo snel mogelijk gaan werken om geld te verdienen om maar niet naar school te hoeven, want daar zat ik niet op mijn plek. Dat ging niet goed. Op mijn achttiende begon ik al schulden te ontwikkelen. Ik kon op een gegeven moment mijn huur niet meer betalen en raakte thuisloos. Sliep bij vrienden, of bij mijn moeder.  

Ik vond uiteindelijk een woonplek bij Place 2BU, een project van Portaal en Mitros. Verschillende mensen wonen daar bij elkaar: jongeren, statushouders, mensen met een rugzakje. Je kunt een paar uur per week actief een bijdrage leveren aan het samenwonen met elkaar. Er loopt een sociaal beheerder rond die er voor je is als het nodig is. Die maakt af en toe een praatje met de bewoners. Je wordt gezien, zo iemand begrijpt je. Dat is belangrijk. De eerste keer te laat je huur betalen was niet erg, toen stond hij bij me om een regeling te treffen. Bij de derde keer was de band zo goed dat ik hem belde om te zeggen dat ik het niet gered had. Samen gingen we op zoek naar een oplossing.

De maandag erop zat ik aan tafel met mensen van het Buurtteam en van de gemeente om de schuldhulpverlening in te gaan. Doordat de sociaal beheerder van Place2BU met mij gepraat had over de mogelijkheden, was ik voorbereid op wat zou kunnen gaan gebeuren en wat ik prettig zou vinden.

Jongerenfonds
Ik was 23, ik wilde niet mijn hele sociale leven kwijtraken. De gemeente Utrecht heeft voor jongeren een speciaal fonds: het Jongerenfonds. Die maken een plan met je: jouw schulden worden afgekocht en omgezet in een lening. Daarnaast maak je samen een plan om je verder te ontwikkelen, geld te verdienen, dat geld te beheren. En de afspraak is: je gaat studeren.  

Daarnaast vraagt het fonds dat er iemand zijn op wie jij kunt terugvallen.

Politiek
In diezelfde periode ging ik bedenken wat ik nou eigenlijk wilde met de rest van mijn leven. Ik had verschillende baantjes gehad, raakte in de ww. Trump was net gekozen, de Brexit kwam eraan. Politiek had mijn interesse en ik zocht een partij die bij mij paste. Dat was GroenLinks, dus werd ik daar vrijwilliger. Door mijn omgeving werd ik voor gek verklaard. Maar ik kreeg van daaruit de kansen om verder te gaan, om mezelf te ontwikkelen. Het werken met jongeren had mijn interesse, misschien wel vanuit mijn eigen ervaring.

De keuze voor een studie, zoals het Jongerenfonds voorschreef, was duidelijk. Ik heb eerst de mbo-studie social work gedaan. Daar liep ik vast in het verplichte kader, waarin weinig ruimte was om dingen te doen op de manier die bij mij past. Vorig jaar ben ik overgestapt naar het hbo, door middel van de 21+ toets. Dat is een toets waarmee je toegelaten kunt worden zonder de benodigde papieren. Er kan heel veel, als je maar wil!

Het gaat nu heel goed met me. Mijn schulden zijn afbetaald; ik heb nog wel een studieschuld maar ik heb vertrouwen dat het goed komt. Ik studeer. Ik zit in de gemeenteraad voor GroenLinks en ik werk voor JoU. En ik heb met mezelf afgesproken dat ik de tijd neem om de studie te doen.

Een leven lang leren?
Ik wil zeker verder leren, zou ook nog graag een onderwijsbevoegdheid halen, want voor de klas staan vind ik ook leuk. En ik wil ook nog werken in de verslavingszorg, of bij de GGZ. Ik ben nu 27, ik denk niet dat ik voor mijn 35ste klaar ben! Wat dat betreft denk ik nog wel eens terug aan een docent op het vmbo, die zei:  “Ik zou jullie graag een strippenkaart geven om tot je 40ste door te leren. “ Dat vind ik nog steeds een geweldig idee.

Mijn tip aan anderen?
Praat over je geldproblemen! Ik merk, dat als ik op mijn oude ROC kom om gastlessen te geven, er na afloop altijd wel iemand uit de klas op me afkomt die geldproblemen heeft en advies wil. Er zijn altijd mensen die je kunnen helpen, de kans dat je die tegenkomt is groter als je over je problemen praat.. Voor mij waren dat meerdere mensen: de campagneleider bij GroenLinks, de sociaal beheerder van Place2BU.

En voor wat betreft leren: neem de tijd, je hoeft niet te haasten. Soms is die druk te hoog, dan móeten jongeren leren binnen de kaders van mbo of roc. Daar zou ik nog wel wat in veranderd willen zien.